VerrijkingsklassenDini van den HeuvelDit artikel over verrijkingsklassen heb ik in maart 1988 geschreven voor Signaal nummer 4, het blad van Pharos, de landelijke vereniging van ouders van hoogbegaafde kinderen. Het was mijn reactie op een artikel over verrijkingsklasjes dat in Signaal nummer 2 van september 1987 stond. Het artikel verrijkingsklasjes in Signaal Nr. 2 belicht het onderwerp van verschillende kanten en laat goed zien hoe ingewikkeld en veelomvattend de problematiek is.Het artikel heeft bij mij verschillende reacties opgeroepen die ik met de lezers van Signaal wil delen. Ik schrijf dit artikel als moeder van een hoogbegaafde zoon van 12 jaar,die vorig jaar het verrijkingsklasje van de Dr.Binetstiching in Tilburg heeft bezocht. Hij is daar op verhaal kunnen komen na minder positieve ervaringen op de basisschool en probeert nu op zijn eigen manier verder te gaan. Ik schrijf dit artikel ook vanuit mijn M.O. Opleiding
Sociale Pedagogiek/Andragogiek A en B en mijn eigen levenservaring.
Tijdens die opleiding, die ik afsloot toen ik 42 jaar oud was, ben ik
pas tot de ontdekking gekomen dat ik mijn anders zijn kon leren
hanteren, een boeiende maar tegelijkertijd vermoeiende ervaring. Waarom verrijkingsklasjes?Een verrijkingsklas kan zowel vanuit het kind als vanuit de schoolsituatie van belang zijn. Vanuit de onderwijssituatie kunnen leerkrachten ervan uitgaan dat er voor hoogbegaafde kinderen een aanvulling moet komen op het reguliere onderwijs. Mijn keuze valt dan op verrijkingsklasjes, omdat ik een speciale school geen goede zaak vind. En ook is het wel erg veel gevraagd van het reguliere onderwijs om met differentiatie te moeten inspelen op alle behoeften van hoogbegaafden, hoe goed de bedoelingen ook zijn. Op hetgeen binnen het reguliere onderwijs wel gedaan zou kunnen worden kom ik later in het artikel nog terug. Hoe zou een verrijkingsklasje eruit kunnen zien?Een verrijkingsklasje kan bestaan uit een klein groepje hoogbegaafde
kinderen die eenmaal per week bij elkaar komen. De kinderen kunnen
daar in en met de groep werken, maar ook individueel aan hun trekken
komen. De redenen voor een dergelijke opzet zijn:
Welke middelen kunnen hierbij gebruikt worden?Bij de middelen moet zowel gedacht worden aan de methoden en leermiddelen als - hoe oneerbiedig dit misschien ook klinkt - aan de begeleider(ster) voor deze klasjes.Methoden en leermiddelenDe kinderen hebben over het algemeen een brede belangstelling, zodat
velerlei methoden en leermiddelen in aanmerking komen. Belangrijk
is dat individuele groepsleden aan hun trekken komen, dat er variatie
zit in het totaal, dat de zelfwerkzaamheid gestimuleerd wordt, en
dat samenwerking bevorderd wordt. Welke leermiddelen hierbij zoal te gebruiken zijn is niet één-twee drie te zeggen. Ik denk niet dat het wiel opnieuw uitgevonden hoeft te worden, maar dat met de ervaring van bijvoorbeeld leerkrachten, hulpverleners, ouders, leerplanontwikkeling, schoolbegeleidingsdiensten en niet in de laatste plaats de begeleiders van de verrijkingsklasjes van de Dr. Binetstichting tot een reëel aanbod te komen is. De begeleider(ster)De belangrijkste eigenschap van de begeleider is in mijn ogen dat hij/zij van kinderen en jongeren houdt. Hij moet een opleiding hebben gehad, waarin aandacht is besteed aan de ontwikkelings aspecten van individuele kinderen, maar ook aan de sociale aspecten van het omgaan met elkaar. Hij dient geïnteresseerd te zijn in de problematiek van hoogbegaafden, bijvoorbeeld door eigen ervaring in het onderwijs, als hulpverlener, of als ouder. Voor aspirant begeleiders zou een cursus "Begeleiden van verrijkingsklasjes" op basis van de ervaringen van de Dr. Binetstichting een laatste toelatingsvereiste kunnen zijn. Hoe kunnen verrijkingsklassen van de grond getild worden?De Dr. Binetstichting en de oudervereniging Pharos zouden gezamenlijk moeten komen tot regionale netwerken van hulpverlening en begeleiding van hoogbegaafden, waarvan verrijkingsklasjes een onderdeel zijn. Hierbij moet aangesloten worden op de regionale situatie. De financiële kant van de zaak moet hierbij niet uit het oog verloren worden en zijn er naast subsidie van de overheid ook andere mogelijkheden; zie bijvoorbeeld de start van een ouderkern in Zeeland met steun van de Lions Club in Borsele. Bij steun van de overheid is niet alleen het Ministerie van Onderwijs van belang, maar minimaal ook morele steun van Binnenlandse Zaken en WVC. Zodat de Pedagogische Centra, Schoolbegeleidingsdiensten, schoolinspecties, en ook alle scholen op de hoogte zijn. Het moet normaal gevonden worden dat hoogbegaafde kinderen soms iets anders nodig hebben dan het reguliere onderwijs kan bieden. Om bovenstaande ideeën te verwezenlijken zouden er vanuit de Dr. Binetstichting en Pharos gezamenlijk commissies opgericht kunnen worden ter advisering op gebied van leermiddelen, begeleiders, en financiën. Deze werkgroepjes kunnen ieder op hun eigen terrein inventariseren wat er al is en adviseren hoe er verder gegaan kan worden. De Mededelingen en Signaal kunnen gebruikt worden om een zo groot mogelijke respons te krijgen. Iedereen die gemotiveerd of geïnteresseerd is kan dan reageren.Wat kan het reguliere onderwijs doen?
|